Stilte
Toen ik tien minuten geleden bovenkwam en enigszins gaar achter mijn bureau zat, moest ik ineens sterk aan de kleuterschool denken. Het elektrische kacheltje stond naast mij te ronken en blies een aangename warmte langs mijn benen. Maar dat was het niet. Het kwam door de stilte. Geen geluid buiten. Geen geluid in huis. Behalve het kacheltje. Windstil en een aaneengesloten wolkendek. Egaal en zo dun dat het licht er bijna doorheen viel. Op een paar plekken zelfs bijna doorzichtig zodat ik de blauwe lucht al meende te zien.
Ik kwam ’s ochtends altijd te laat of bijna te laat op de
kleuterschool. Althans, zo herinner ik het mij. Mijn moeder moest zorgen dat
mijn zussen en broer de deur uit waren met hun fietsen. Zij zaten al op de
lagere school en gingen daar zelfstandig heen. Daarna plantte mijn moeder mij
in het zitje op de bagagedrager en scheurde zij op haar fiets twee straten door
naar de kleuterschool. Ik wist natuurlijk nog niet wat stress was, maar ik
voelde wel dat dit niet echt ontspannen was. Het plein voor de school was bij
aankomst leeg of zo goed als leeg. Als één van de laatsten hing ik mijn jasje
aan de kapstok en ging de klas in. Er was geen gegil, maar een rustige chaos.
Al het leuke speelgoed was in gebruik genomen en het lukte mij meestal niet om
me bij andere kinderen in het spel aan te sluiten.
De eerstejaars kleuters werden op onze school. Dwergen
genoemd door de juffen en de tweedejaars Reuzen. Ik wilde heel graag een Reus
worden, maar ik heb er niet veel van kunnen genieten. In dat jaar was ik vaker
ziek thuis dan op school. De ene na de andere kinderziekte vond mij en de
Geelzucht kwam ook nog langs. Misschien dat ik daardoor ook minder aansluiting
vond bij de andere kinderen. Ik was er vaker niet dan wel. Als ik er wel was,
zat ik aan een tafeltje aan de buitenrand
van de groep. Aan de meeste tafels zaten vier kinderen. Ik deelde een tafeltje
met een jongetje dat door de andere kinderen Stinkie werd genoemd. Die naam
kwam niet uit de lucht vallen. Hij had altijd opgedroogd snot onder zijn neus
en hij stonk echt. Intens. Een broekplasser en zijn kleren waren smerig en
versleten. Hij werd door de andere kinderen buitengesloten en gepest. Ik geloof dat
ik daar niet aan meedeed, maar ik had wel een sterke afkeer van hem omdat hij
zo stonk.
De stilte was misschien wel de klas die geconcentreerd
met knutselwerkjes bezig was, terwijl ik naar buiten zat te kijken naar de lagere school aan de andere kant van
het schoolplein, waar achter het hek de grote kinderen speelden. Die school
werd later gesloopt, het was een oud gebouw en ik vond die sloop fascinerend en
angstaanjagend tegelijk. De sloopkogel en het gebouw waar je zonder façade
plotseling als een poppenhuis binnen kon kijken. Toen de school eenmaal met de
grond gelijk gemaakt was, kon je over het braakliggende land ver weg kijken. De
horizon, het einde van mijn wereld. Wat was daar achter? Toen de
nieuwbouwwijken kwamen, keek ik urenlang naar de heimachines op de horizon. De
metalen echo maakte leek de stilte zichtbaar te maken.
Ook veel stilte was er in de periodes dat ik ziek thuis
was. Als ik naar buiten keek, was alles geluidloos. En als er al een geluid
was, een vogel, een bezemwagen, de melkboer; het benadrukte alleen maar die
massieve ruimte van afwezigheid en stilte. Ook als het buiten stortregende werd
de stilte binnen groter. Alsof de muren opnieuw werden neergezet. De zwijgende
gezichten op de schilderijen. Het geluid van de stofzuiger of de naaimachine.
Alles omkleedde de stilte.
Izaak
Izaak
Reacties
Een reactie posten