Impasse
Je roept het natuurlijk ook over jezelf af als je aan je
vrouw vraagt waarover je zal schrijven. Het licht, antwoordde zij onmiddellijk.
En het was zo mooi, zoals zij dat zei. Wat moet je dan nog schrijven? Bovendien
was het verder vrij donker. Ik had meteen spijt van mijn vraag en wist meteen
dat ik een zware dag ging krijgen. Over het licht schrijven was uitgesloten. Een
andere keer misschien. Ik prikte een briefje met in grote letters HET LICHT op
mijn prikbord. Onder EGEL en naast VUURSTEEN. Maar ik schreef een stukje over
vossen, dat uiteindelijk volkomen mislukte. Kan een keer gebeuren, sprak ik
mijzelf moed in. Maar in de uren die volgde begon de twijfel aan mij te knagen.
Misschien komt er voorlopig wel niets meer uit mijn vingers.
Ik moest denken aan Martinus Nijhoff die een gedicht
schreef lang geleden met dezelfde titel als dit stukje. Hij is samen met zijn
vrouw in de keuken. Zij is koffie aan het zetten. Hij aarzelt, loopt al dagen
met zijn ziel onder zijn arm en schaamt zich voor wat hij haar wil vragen. Niet
alleen de schaamte doet hem aarzelen, hij verlangt ook naar een spontaan
antwoord van zijn vrouw. Nu zij in de keuken bezig is, ziet hij zijn kans
schoon en vraagt: “Waarover wil je dat ik schrijf?”
En zijn vrouw antwoord dan, terwijl ze langzaam het
kokende water op de koffie giet:
“Ik weet het niet.”
Bij het poëziecollege op de universiteit leerde ik
dat de impasse waarschijnlijk niet alleen het dichterschap betrof, maar ook de
relatie tussen de twee echtelieden. Dan was het antwoord van mijn vrouw gelukkig een stuk beter en met
die impasse van het schrijven viel het ook reuze mee. Gisteren een mislukt
stukje, geen enkele reden tot paniek.
Hoe het gedicht van Nijhoff precies ging en wat het
antwoord van zijn vrouw was, dat wist ik niet meer, en daarom heb ik het
herlezen. Even opzoeken op internet is wel zo makkelijk en het staat er vast
op, want het is een van zijn bekendere gedichten. Maar er is ook leven naast de
digitale snelweg en waarom heb ik anders dat verzameld werk in mijn kast staan.
Even de benen strekken kan ook geen kwaad. Trap af, trap op. Thee mee. Onderweg
mijn vrouw ook een kopje ingeschonken.
Weer achter mijn bureau, sla ik het boek open en het
eerste waar mijn oog op valt is: HET LICHT. Een sonnet op bladzijde zestien. Het licht, Gods witte licht, breekt zich in
kleuren. En soms zie je water branden.
Izaak
Reacties
Een reactie posten